Survival of the fittest…

Oktober 2011.

En dan besluit je werkgever  –als donderslag bij semi bewolkte hemel- haar vliegoperaties te staken.

Nou, daar ben je dan mooi klaar mee. En omdat er geen baas, slottijd, cabincrew noch passagiers meer op mij wachten, besluit ik naar de instantie te gaan waar ze mij wellicht een uitkering kunnen verstrekken. In m’n pak, met m’n CV onder m’n arm stap ik binnen.
Een grote, lege ruimte, met een lange balie en een mevrouw daarachter. Pontificaal in het midden staat een soort kaartjesautomaat. De kaartjesautomaat poept een papiertje uit waarop staat dat ik bij balie 3 moet zijn. Nogal wiedes, want achter die balie hangen ook allemaal posters met ‘u zoekt een uitkering; wat nu?’ Ik heb nummer 57.

Ik houd niet zo van wachten. Ik heb een soort chronisch gebrek aan het vermogen om simpelweg op m’n achterste te gaan zitten en te staren naar ofwel een nep-plant, ofwel een bord waarop met grote rode cijfers nummer 54 staat, in een ruimte zonder mensen, totdat mijn nummer ‘gepingd’ wordt, en ik eindelijk verder kan met leven.

“Goedemorgen! Ik ben werkloos”.

 Na twee maanden papierwerk, mails en telefoontjes is ’t bedrijf dan toch failliet verklaard.

In de tussentijd klappen m’n vriend en ik elke ochtend onze laptops open, en tegenover elkaar schrijven we dagelijks tientallen sollicitatiebrieven. De lastigste zijn de online application forms voor piloten, daar gaat gauw anderhalf uur in zitten. De tijd zit ‘m vooral in vragen als: “Wat deed u in het buitenland?” tot “Hebt u een referent van uw eerste bijbaan?” Vervolgens moet ik de boeken in om uit te zoeken bij wie ik 15 jaar geleden in een Brabants gehucht, ondersteboven in een tractor, prei plantte.
‘Origineel zijn’, dat hoor je ook vaak. Mooi lettertype, goed stuk papier, lay-out, et cetera. Enthousiast vouw ik muizentrappetjes, ben ik druk in de weer met de lijmpot, en kleur ik de o’tjes in van elk woord. Precies in de kleur van de maatschappij.
Nee, zonder dollen, soms blijft het lastig om ’t koppie op te houden, en steeds vol goede moed een nieuwe pagina te schrijven, wetende dat je in de meeste gevallen boven op de stapel verdwijnt, ofwel in de ‘spam’ box van de e-mailontvanger. Wij solliciteren namelijk tegelijkertijd met bijna 1000 andere afgestudeerde piloten in Nederland, vernamen we recentelijk op de bijeenkomst voor Juniore Vliegers van het VNV.

Tja, want, wat moet je in zo’n situatie? Over je aantal uren liegen? Zonder 500 uur op de teller neemt men je niet serieus. Verhuizen naar Verweggistan om aldaar te gaan vliegen bij een maatschappij die in West-Europa op de zwarte lijst staat? Mager salaris, maar wel uren knallen. Plus de kans dat je in Europa daarna mooi niet aan de slag komt. Men biedt tegenwoordig ook aan om ‘zonder financiële vergoeding’ te vliegen bij een company. Lekker goedkoop voor hen, en uren voor jou. Maar ook dat knaagt. Feitelijk help je dan zelf nog harder mee om de economische groei tegen te gaan. Piloten die namelijk wel aan de eisen voldoen, kunnen dan niet aan de slag. Vrienden uitnodigen en met hen rondjes boren boven hun woonplaats is ook altijd leuk. Echter krijg ik dan van maatschappijen de respons dat ik ‘niets heb’ aan single engine uren, omdat dat minder lijkt op ‘het echte werk’.
Moet ik dan investeren in simulator uren in plaats van actual vliegen? In: ‘ik-schiet-je-wel-even-terug’, en: ‘Goh-wat-rustig-hier,-niemand-op-de-radio’? Aan de andere kant, die typerating is menig ab initio, inclusief mijzelf, enorm veel waard. Vaardigheden bijhouden is wezenlijk essentieel. Maar van een uur simmen kan ik ook bijna twee uur actual…

Totdat die dag komt dat je opeens een mail krijgt met een uitnodiging. Of een interview. Of een mogelijkheid, of een ‘verwijzing naar’. Ongemerkt bouw je een enorm netwerk op, en opeens lijkt ’t dat iedereen elkaar kent. Nummers uitwisselen, opbellen, langsgaan en vragen. Presenteren. Meer dan mezelf kan ik niet zijn.

Goed-Beter-Best.

Beter dan m’n best kan ik niet doen.

Standby…

Lieve, zeer gewaardeerde lezers,

Mij rest op dit moment even niets anders dan een tijdelijke stop in te schakelen voor wat betreft het schrijven op mijn website.
Ik ben al langere tijd op zoek naar de perfecte manier om u allen – luchtvaartliefhebbers, theatermensen en levenskunstenaars – telkenmale te kunnen laten genieten van een nieuwe foto uit mijn dagelijks leven. De switch van danser naar piloot is een bijzondere, en moet mijns inziens daarom met veel voorzichtigheid en aandacht naar buiten gebracht worden. Immers, ik heb iets te melden, te tonen, en ik ben er namelijk van overtuigd dat de ervaring recht uit het beroep – zo ongedwongen en objectief als mogelijk – een eerlijke kans verdient.

Daarom: blijft u allen even met mij in de welbekende Standby staan. Ik ga op zoek naar het juiste format, waarin een ieder zich kan vinden, met als belangrijkste motto: het u kunnen blijven meenemen in de wereld die ogenschijnlijk zo groot lijkt en toch zo klein en vertrouwd is. Een vernieuwde site – structuur – opmaak? Ik blijf schrijven – geen zorgen.

Mijn oprechte, heel hartelijke dank naar alle mooie verhalen die ik van u terug heb mogen ontvangen en de overweldigende steun, complimenten en welkome kritieken.

Christa Kloosman

Over kunst en kippenvel

Please know I am quite aware of the hazards. I want to do it because I want to do it. Women must try to do things as men have tried. When they fail their failure must be but a challenge to others.
— Amelia Earhart, in her last letter to her husband, 1937.

Vroeger, – moet je mij horen – toen ik nog professioneel danste, was er één moment in de voorstelling dat het allermooist was. Misschien nog wel mooier dan het applaus na afloop van het optreden, en nog mooier dan het gevoel dat ik kreeg bij het dansen en repeteren op zich. Ik kreeg kippenvel bij het horen van het stemmen van het orkest. Je moet weten, voordat het doek opengaat, is het een drukte van jewelste op het toneel. Technici, voorstellingsleiders, regisseurs, ronddwalende zangers en acteurs, dansers die rekken en strekken en hun stukken doornemen en de vloer controleren. De vibes van het theater voelen. ‘Publiek snuiven’. En op het moment dat het gekwebbel in de Stopera verstomde, wist je dat er gestemd ging worden. Dan draaide en rolde ik mijn weg richting het zware rode doek, en legde m’n hoofd precies net tegen het stof aan. Op m’n rug en ogen gesloten. Eerst de eerste viool. Een ‘A’. Daarna volgden de andere strijkers, de blazers, en het hele orkest tezamen. Zo geconcentreerd, zo klaar voor de voorstelling. Kippenvel. Intens genot. En wanneer de laatste pufjes ‘A’ in mooie trillingen verdwenen vanuit de orkestbak richting balustrade van het theater, was er De Stilte. Het moment van de dirigent. Je voelde hoe hij z’n tijd nam, de spelers’ aandacht vasthield, en één werd met zijn opera. De eerste tonen van de ouverture vulden de ruimte, en alle kunstenaars verlaten langzaam het toneel. Nog een paar minuten, dan zou de eerste akte opgevoerd worden.

Ik was best bang dat ik dat gevoel niet meer zou terugvinden, toen ik stopte met dansen. Totdat ik de perfecte mix ontdekte van startende motoren, gemengd met de geur van kerosine en de snelheid en versnelling die je voelt tijdens take-off. Als een perfect geoliede machine, waaraan zoveel mensen hun medewerking verleend hebben, en wat jij uiteindelijk zelf in de hand hebt. Letterlijk en figuurlijk. Opera of vliegtuig. Dat gevoel werkt gewoon en is gewoon daar.  Dat is nauwelijks te beschrijven of te verwoorden. Wie zei ook weer dat vliegen een ‘kunst’ is?

Zo ook een week of drie geleden. Ik vloog als stewardess door de nacht een retour Kayseri, en vervolgde mijn weg bij aankomst op SPL naar Parijs. We  kregen spontaan het idee om naar Le Bourget te gaan, de jaarlijkse airshow bekijken. Kijken en bekeken worden, let wel; vanuit het oogpunt van elk priegelig schroefje, boutje of moertje. Goede zaken aldaar voor Toulouse’s Airbus. Werkelijk elk miniscuul detail van een vliegtuig is gecertificeerd en dus te koop in Le Bourget. Om nog maar te zwijgen over het hedendaags hippe frituurvet. Fantastisch om te beleven hoe innovaties en presentaties een minuut na vertoning alweer tot de ‘gemaakte ideeën’ behoren, om verder te ontwikkelen naar een – vaak milieu- en kostenbesparende – uitvinding.
Als klapper op de vuurpijl, kers op de taart en climax van elke vliegtuigspotter ook nog de veelbesproken airshow. Catherine Maunory. Viel vroeger enkel mijn mond open bij dit, zo viel vanmiddag mijn mond open bij het zien van haar show. M’n haren recht overeind. Vooral omdat je weet wat voor een intensieve training erachter zit. In haar Extra300 realiseerde zij daar ogenschijnlijk het onmogelijke en had ik op slag een nieuwe hobby en liefde gevonden: aerobatics vliegen. Maar dan wel zoals Catherine. Nog even sparen en dan kan ik haar opvolgen. Zij als vrouwelijke verkeersvlieger bij AirFrance en ‘s werelds beste aerobaticvlieger. Dat vooruitzicht (en achteruitzicht!) zie ik eigenlijk best wel zitten.

Met m’n hoofd letterlijk in de wolken ontvang ik daags later een brief van m’n school. Het circuitvliegen zit eraan te komen. Ik duik opnieuw in de boeken, nadat ik voor het eerst in twee jaar tijd weer eens een ‘niet-luchtvaart-gerelateerd-stuk-literatuur’ naast me op m’n nachtkastje had liggen. Eerst weer een beurtje in de sim, daarna voor ‘t echie in Parijs, met bijna al m’n klasgenoten. Lekker weer zelf sturen. Kan niet wachten.

Dus zoek je zelf de snelheid op. Lekker slap in Walibi. Op het verlanglijstje ook de volgende rollercoaster, en kijk vooral even naar het filmpje. Zelf vlieguurtjes maken op Rotterdam en binnenkort ook Lelystad. En uiteraard in m’n vrije tijd fulltime aan het stewardessen. Tripjes naar Afghanistan, Scandinavie, Israel, Turkije en Marokko. En waar mogelijk de cockpit in. Meekijken, denken, doen. Hieronder een kaartje van waar ik vannacht was en vanavond vanuit Turkije weer naar toe vlieg. Om 02:00 Nederlandse tijd de zon zien opkomen en in de verte de eerste hoge toppen van de Himalaya. 43 graden en heavy widespread blowing dust. Wat een prachtland.


Le Bourget en de A380. Full flaps met waanzinnig lage snelheid steepturns draaien. Geen probleem.

Patrouille de France: